Door Janneke Ferwerda

Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben vaak last van kritische en bestraffende gedachten, zowel naar zichzelf als naar anderen. Deze zelfkritische overtuigingen ontstaan meestal als reactie op negatieve opvoedingservaringen, zoals een bestraffende ouder, of andere ingrijpende gebeurtenissen. Schematherapie (ST) is een effectieve behandelmethode die o.a. wordt toegepast bij mensen met borderline. Het gaat om cognitief-gedragstherapeutische technieken, met daarin ook ervaringsgerichte oefeningen, zoals de stoelentechniek en imaginatie met rescripting. Hoe pakt dit uit als mensen met borderline stemmen horen?

Schematherapie richt zich op negatieve overtuigingen en patronen die we over onszelf, anderen en de wereld hebben (schema’s). Wanneer zo’n negatief schema wordt geactiveerd, reageert iemand automatisch met een bepaalde manier van denken, voelen en handelen – dit noemen we een ‘schema-modus’. Bij borderline is een van de belangrijkste modi de ‘bestraffende oudermodus’. Dit betekent dat iemand streng en negatief tegen zichzelf praat, alsof een strenge ouder hem of haar voortdurend bekritiseert en omlaaghaalt: “Je doet het niet goed.” “Waarom heb je dat niet beter aangepakt?” “Je kunt ook niets.” Tot nu toe zijn er geen studies die zich specifiek richten op de impact van schematherapie op de bestraffende oudermodus, maar breder onderzoek laat zien dat schematherapie helpt om de invloed van deze modus te verminderen.

Wat vaak over het hoofd wordt gezien, maar de laatste jaren gelukkig steeds meer aandacht krijgt, is dat veel mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis auditieve verbale hallucinaties ervaren, dus stemmen horen. Die stemmen komen die qua inhoud overeen met de bestraffende oudermodus. Ze hebben veel impact en hangen samen met een verhoogd risico op crisis, zelfbeschadiging en ziekenhuisopnames. Bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis worden deze hallucinaties vaak niet uitgevraagd en opgemerkt zoals bij psychotische stoornissen gebruikelijk is.

De hier besproken kwalitatieve studie onderzocht de ervaringen van mensen met borderline persoonlijkheidsstoornis die schematherapie volgden. Het doel was om meer inzicht te krijgen in de impact van schematherapie op de bestraffende oudermodus en te onderzoeken of schematherapie helpt om de invloed van hallucinaties te verminderen. Voor het onderzoek werd een speciaal ontwikkeld semigestructureerd interview afgenomen bij deelnemers die het schematherapie programma hadden afgerond of zich in de laatste fase ervan bevonden. De deelnemers waren cliënten van twee GGZ-instellingen. In totaal werden 16 mensen geïnterviewd.

De resultaten lieten zien dat zeker de helft van de deelnemers vóór aanvang van de schematherapie auditieve hallucinaties had, vaak gekoppeld aan zelfkritiek en emotioneel leed. Schematherapie-technieken zoals imaginatieve rescripting en de stoelentechniek hielpen om de invloed van de bestraffende oudermodus en de hallucinaties te verminderen. Ook groepstherapie bleek waardevol, omdat het herkenning en steun bood. Na de therapie voelden deelnemers zich minder gevangen in negatieve gedachten en ontwikkelden ze meer zelfcompassie. Er wordt niet duidelijk gerapporteerd of het stemmen horen afnam, maar beschrijvingen van individuele cliënten wijzen erop dat ze ze nog wel hoorden, maar er minder negatieve impact van ervoeren en het beter konden relativeren.

De studie benadrukt hoe belangrijk het is om aandacht te hebben voor auditieve hallucinaties bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. De bevindingen zijn hoopgevend, omdat ze laten zien dat schematherapie niet alleen de bestraffende oudermodus verzwakt, maar ook kan helpen om de impact van gerelateerde hallucinaties te verminderen.

Baelemans, M. C., Plooij, P., Bachrach, N., & Arntz, A. (2025). The Subjective Experience of the Punitive Parent Mode in Individuals With Borderline Personality Disorder Following Schema Therapy: A Qualitative Study. Clinical Psychology & Psychotherapy32(1), e70045.

Artikel